woensdag 31 maart 2010

garam masala


Garam masala is een mengsel van geroosterde kruiden.
Garam betekent ‘hot’ of ‘heating’ en masala betekent ‘kruidenmengsel’.
Hot betekent niet zozeer heet als pittig, maar refereert aan het van tevoren roosteren van de kruiden. Tevens betekent het dat de kruiden een verwarmend effect hebben na het eten ervan.

Meestal wordt garam masala gemalen en pas aan het einde aan een gerecht toegevoegd als oppepper.
Soms ook wordt de kruiden van garam masala heel gelaten en eerst in olie gebakken als basis voor het gerecht.

Het lekkerst is natuurlijk om je garam masala zelf te maken. Maak nooit teveel, want na een paar maanden wordt de smaak minder of gaat bijvoorbeeld de kruidnagel overheersen.
Speel een beetje met de ingrediënten. Soms heb ik bijvoorbeeld geen kaneelstokjes, dan gebruik ik poeder, die je dan niet moet roosteren! Alleen de hele zaden roosteren, poeder verbrandt. Je kunt de volgende kruiden gebruiken: kaneel, nootmuskaat, kruidnagels, zwarte peperkorrels, kardemom, korianderzaad, komijnzaad, foelie, fenegriekzaad, mosterdzaad, karwijzaad, nigella, gemberpoeder.

Mijn favoriete mengsel:

4 el korianderzaad
2-4 el komijnzaad
1 el zwarte peperkorrels
2 tl kardemomzaadjes ( zonder omhulsel)
4 stukjes pijpkaneel
1 tl kruidnagels
1 hele muskaatnoot

Rooster in een droge koekenpan met dikke bodem alle zaadjes apart (behalve de nootmuskaat) tot ze beginnen te geuren. Let op dat ze niet verbranden! Doe ze dan onmiddellijk over in de vijzel of koffiemolen en ga door met de volgende. Laat alles afkoelen en maal tot een fijn poeder. Rasp dan de nootmuskaat en meng alles goed door.
Bewaar de garam masala in een lucht- en lichtdichte pot.

Tip: ook lekker als je pompoenstukken roostert. Smeer de stukken dan in met een mengsel van olie, garam masala en citroensap!

1 opmerking:

ROEB zei

lekka,lekka!

én gave foto's